... is de technologie die zich het beste leent tot massaproductie
Jo de Groote (ZiggZagg): “Op een gegeven moment ga je de techniek als productiemodel gebruiken. Met welke machine dat is, dat zal de klant inderdaad worst wezen. Maar de grootste valkuil ligt in de transitie. Stel, je koopt een poederbed-3D-printer, hetzij voor metaal, hetzij voor kunststof. Op een gegeven moment heb je een onderdeel herontwikkeld en kan je dat printen. De tweede stap is dan om dat product opnieuw te printen, met dezelfde specificaties, maar onder andere condities zoals de temperatuur, luchtvochtigheid … In een derde stap ga je het onderdeel opnieuw printen, maar wil je er tien in totaal. Met andere woorden, je gaat alle posities in je bouwkamer vullen. Dat levert al enkele uitdagingen op. Maar in plaats van tien onderdelen ga je er op een gegeven moment misschien duizend willen. Dan heb je meerdere machines nodig die producten printen die allemaal op elkaar afgestemd zijn binnen bepaalde specificaties. Uiteindelijk zal je de bouwkamer wiskundig of softwarematig helemaal vol nesten en heb je plots 200.000 stuks nodig. Dan sta je voor een grote uitdaging, stap je naar de machinefabrikant en die zegt net hetzelfde omdat ze ook zelf nog niet of slechts zelden met een dergelijke massaproductie in contact zijn gekomen. Die uitdagingen kúnnen aangegaan worden, maar de oplossingen moeten wel ontwikkeld worden. Het upscalen van het productieproces is één van de grootste uitdagingen.”
"Het upscalen van het productieproces is één van de grootste uitdagingen. Ook machinefabrikanten zijn nog maar weinig met massaproductie in contact gekomen en moeten die oplossingen nog ontwikkelen."
Philippe Reinders Folmer (Renishaw): “Er is geen one size fits all. Het hangt af van de toepassing en het doel van het te printen stuk. Elke technologie heeft haar eigen toepassingsgebied. Het is ook maar de vraag wat je verstaat onder massaproductie. Voor de een is 600 stuks al massaproductie, voor de ander zijn dat er tienduizenden. Bovendien kunnen businesscases ook veranderen. Het is vooral zaak dat je kan bewijzen dat wat je geprint hebt, in compleet nabewerkte staat effectief net zo goed is als of beter dan het conventionele stuk. Dat is niet zo evident, want alles is relatief. Het hangt niet alleen af van de aantallen die je wilt printen, maar ook van de grootte van je product, de complexiteit … Alles heeft zijn eigen plek. En die evolutie zal nog lang niet stoppen.”
Tom Craeghs (Materialise): “Eigenlijk zijn er maar weinig technologieën die zich niét lenen tot massaproductie. Poederbedprinten is zeker geschikt voor productie op grotere schaal, zoals wij al jaren aantonen met onze toepassingen in de medische sector. Alleen moet je van de technieken die er nu zijn, wel toelaten dat ze geoptimaliseerd worden. Automatisatie hoeft niet per se, maar kan wel.”
Technische kunststoffen
Roald Swerts (Trideus): “Er zijn ook ontzettend veel variabelen waar je rekening mee moet houden en zoveel parameters die je uitkomst gaan bepalen. Er is inderdaad geen één technologie die voor elke toepassing geschikt is. Wel stel ik geregeld vast dat bedrijven die momenteel onderzoeken of ze hun metalen onderdelen kunnen printen, ook meer en meer de piste onderzoeken of hun onderdelen ook in andere materialen geprint kunnen worden. Tegenwoordig bestaan er verschillende technologische kunststoffen die minstens even sterk zijn als of zelfs sterker zijn dan roestvast staal. Daarom denk ik dat we over tien jaar nog steeds hetzelfde verhaal zullen vertellen, waarbij we verschillende goede aanbieders hebben van 3D-printers, elk met hun eigen specialiteit en hun eigen oplossing. Ik verwacht niet dat er een printer op de markt zal komen die alles kan printen … toch niet in de nabije toekomst.”
"Op vlak van materialen valt in het algemeen nog heel wat ontwikkeling te maken. Hetzij met nieuwe materialen, hetzij combinaties van materialen."
Jo de Groote (ZiggZagg): “Als we spreken over traditionele maakindustrie, gaat het altijd over de specificaties van de machine. Voor de 3D-printindustrie is dat echter geen optie. We gaan printen naar functie. Dat is een compleet andere manier van denken, een andere insteek. Bovendien zijn er in het verleden door de traditionele maakindustrie keuzes gemaakt om bepaalde repeterende producten altijd op dezelfde manier te produceren, bijvoorbeeld in aluminium. Hoofdreden voor die keuze is vaak dat het materiaal gemakkelijk te bewerken valt en goed genoeg is voor de toepassing. Maar daar valt zeker een stukje van de taart weg te nemen, kijkend naar de mechanische en fysische eigenschappen. Zoals hier eerder al werd gezegd, zijn er bepaalde technische kunststoffen die qua specificaties misschien zelfs net onder aluminium zitten, maar wel goed genoeg zijn voor de toepassing waarvoor je ze gaat gebruiken. Gans dat businessmodel, dat al tientallen decennia wordt gehanteerd, staat op exploderen.”
Philippe Reinders Folmer (Renishaw): “Ik ga ermee akkoord dat kunststoffen steeds performanter worden, al is dat niet massaal aan het gebeuren. Belangrijk hierbij is om de levensduur van een component in overweging te nemen. Het kan een berekende keuze zijn om onderdelen die verslijten, veelvuldig uit te wisselen, in plaats van de langere levensduur van metalen componenten in overweging te nemen. Die technische kunststoffen zijn dus allesbehalve zaligmakend, maar ongetwijfeld wel een mogelijkheid.”
Griet Lannoo (CRM Group): “Naast dergelijke technische kunststoffen, die wellicht nog niet zo snel de eigenschappen van metalen zullen kunnen evenaren, valt er op het vlak van materialen in het algemeen nog heel wat ontwikkeling te maken. Hetzij met nieuwe materialen, hetzij met combinaties van materialen.”
Roald Swerts (Trideus): “Eén van de technologieën waar ik persoonlijk erg in geloof, is Aerosol Jet Printing. De resoluties die ze behalen, zijn zo onwaarschijnlijk hoog, terwijl bij poederbedprinten de resolutie beperkt is tot de kleinste diameter van de korrel. Dan spreek je over duizenden onderdelen, die concurrentieel aangeboden kunnen worden in de verspaningswereld. Ik voeg eraan toe dat de technologie nog in haar kinderschoenen staat.”