Samenwerkingsconvenant voor robuuste aardappelteelt
Biologische aardappelsector schakelt om naar robuuste rassen

Om de biologische aardappelteelt verder te verduurzamen, ondertekende de biologische aardappelsector in juli een samenwerkingsconvenant. De directe aanleiding voor het convenant is de schade die de aardappelziekte phytophthora aanricht in de biologische aardappelteelt. Om grote, nieuwe schade door phytophthora te voorkomen, is een groei van het aandeel resistente rassen gewenst. Om dit proces te versnellen, hebben de convenantpartners afgesproken om deze robuuste rassen voorrang te geven bij de productie van pootgoed, bij de teelt en in het winkelrek. Het doel is een versnelde transitie naar de robuuste aardappelteelt op basis van 100% robuuste rassen in 2021. Dat zijn bijvoorbeeld Carolus, Connect, Vitabella en Sarpo Mira. Deze aardappelrassen hebben ingekruiste resistentiegenen die niet of minder gevoelig zijn aan de aardappelziekte. Deze strategie tot uitvoer brengen, is evenwel minder eenvoudig dan het klinkt. Zo kan een aardappelteler pas starten met de teelt van robuuste aardappelen als er voldoende pootgoed beschikbaar is en ook de afnemer moet bereid zijn om nieuwe variëteiten in het assortiment op te nemen. Dat is vaak een kip-of-het-ei-verhaal, waarbij de verschillende ketenspelers wel eens een afwachtende houding aannemen. “Om deze vicieuze cirkel te doorbreken, engageren vertegenwoordigers van de volledige aardappelproductieketen zich om samen te werken aan een versnelde transitie naar robuuste biologische aardappelteelt. Hierbij geven ze dus aan te willen samenwerken om de productie van pootgoed, de teelt en de afzet van robuuste rassen op te schalen tot 100% tegen 2021”, zegt Lieve Vercauteren, directeur BioForum Vlaanderen.