Vroegtijdig schoolverlaten verder doen dalen, doet u zo ...
Advies coherent beleid voeren en leerrecht waarmaken om vroegtijdig schoolverlaten tegen te gaan
Het percentage vroegtijdige schoolverlaters daalt voor het tweede jaar op rij. Dat is positief, maar er is blijvend en gericht beleid nodig om de ongekwalificeerde uitstroom verder te doen dalen, dat schrijft de SERV in een nieuw advies op eigen initiatief. Een te grote groep jongeren blijft jaarlijks het onderwijs verlaten zonder kwalificatie.
De cijfers verschillen sterk tussen onderwijsvormen of naargelang de regio. Daarnaast zijn er aanzienlijk meer jongens dan meisjes die vroegtijdig de school verlaten. Spijbelen, zittenblijven en een studie die niet aansluit bij interesses of de leervorm blijven de belangrijkste indicatoren. Daarnaast speelt ook het opleidingsniveau van de moeder een cruciale rol.
De SERV doet enkele aanbevelingen om het VSV-cijfer terug te dringen:
1. Maak werk van een structureel en coherent beleid
Er is nood aan een actueel en samenhangend Vlaams beleids- en actieprogramma. Dat moet concrete en meetbare doelstellingen bevatten die gelinkt kunnen worden aan andere lopende onderwijsdossiers zoals de versterking van Duaal Leren en van de praktijkgerichte opleidingen. Zo wordt het beleid van acties die lopend of gepland zijn gebundeld en worden de korte- en langetermijneffecten van beleidsbeslissingen gemonitord.
2. Garandeer het leerrecht voor elk kind en elke jongere
De verantwoordelijkheid voor vroegtijdig schoolverlaten wordt vandaag vaak te eenzijdig bij jongeren en hun ouders gelegd. Ook structurele factoren moeten worden aangepakt om het leerrecht te garanderen en ongekwalificeerde uitstroom te doen dalen.
- Een verbindend schoolklimaat
- Tijdige en bewuste studiekeuze en onderwijsloopbaanbegeleiding
- Voldoende capaciteit en doordachte programmatie
3. Zet in op samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid
Leerrecht organiseren en perspectief bieden op een kwalificatie is een gedeelde verantwoordelijkheid van alle scholen en onderwijsniveaus. Daarnaast zijn inspanningen en samenwerking binnen een breed netwerk van partners uit diverse beleidsdomeinen (waaronder welzijn en werk) nodig.
De SERV vraagt om van het VSV-beleid een bredere strategie te maken met expliciete aandacht voor overgangsmomenten en vroege detectie in het basisonderwijs. Preventie is effectiever en goedkoper dan remediëring. Ook de afstemming en samenwerking tussen onderwijs en werk is belangrijk. De overdracht van onderwijs naar VDAB kan vandaag meerdere maanden in beslag nemen. Er is nood aan een snelle en warme overdracht van onderwijs naar VDAB om een langdurige NEET-situatie te vermijden. Inzetten op Duaal Leren is hierbij van belang.
Het tweedekansonderwijs moet volgens de SERV beter worden afgestemd op het doelpubliek met een laagdrempelig aanbod en actieve toeleiding en begeleiding. Tot slot is er nood aan snellere beschikbaarheid van data. Voldoende en actuele VSV-cijfers met relevante indicatoren kunnen helpen bij het uitbouwen van een robuust VSV-beleid.